Palmkool

Deze koolsoort heeft prachtige diepgroene lancetvormige bladeren met stevige nerven die net zo mooi uitwaaieren als de kroon van een palmboom. Net als groene en boerenkool wordt palmkool geassocieerd met de winter. De reden is simpel: Palmkool kan goed tegen een paar graden vorst. Toch is palmkool het hele jaar verkrijgbaar en zijn de ook de mooie gele bloemen eetbaar. De smaak van palmkool lijkt op die van groene kool maar is iets minder uitgesproken ’kolig’. Palmkool kun je blancheren, meekoken in een soep of stoofschotel en (roer)bakken. Snijd wel de dikkere nerven uit het blad want die kunnen draderig zijn.

 


Palmkool met rode ui en appelstroop

Ik hou erg van Palmkool en heb neem het een paar keer per maand mee van de markt. Het komt altijd op! In dit gerecht doet het likje appelstroop wonderen! Trek de bladeren van de stronk en snijd de dikste nerven uit de bladeren. Blancheer de bladeren een minuut of 7 in kokend water met zout en houdt ze warm in het water. Als de bladeren erg groot zijn, snijd ze dan in stukken van 4 a 5 centimeter. Bak twee in dunne ringen gesneden rode uien met wat knoflook en ringetjes rode Spaanse peper en een snuf zout in ruim olijfolie. Wacht tot de uien lichtbruin zijn en doe er dan een flinke eetlepel appelstroop bij. Laat de uien nog een beetje karameliseren verdeel ze over de - inmiddels afgegoten- palmkool. Giet als je dat lekker vindt een beetje extra olijfolie over de palmkool.