Peulen

Verse peulvruchten


Peulvruchten zijn de zaden van peuldragende vlinderbloemige planten. En daar zijn er heel veel van in de wereld. Het is één van de grootste plantenfamilies met maar liefst 18.000 soorten. Maar, als wij het in Nederland hebben over verse peulvruchten, doelen we op tuinboontjes, doperwtjes en kapucijners. Meestal wordt dit trio in één adem genoemd, ook al zijn kapucijners tegenwoordig schaars.

Kort seizoen


Verse tuinbonen, erwtjes en kapucijners zijn van mei tot begin juli te koop. Een dikke maand maar en dat is een relatief kort seizoen. Daarbij is er een groot verschil tussen de peulvruchten die je aan het begin van het seizoen koopt en aan het einde.

De eerste tuinboontjes zijn klein en helder groen en hebben een boterzacht velletje. Die zijn zo verfijnd dat ze het stempel delicatesse verdienen. In de loop van het seizoen worden de bonen groter en dikker en wordt het vel steeds stugger, grijzer en bitterder. Dat is de reden waarom oudere tuinbonen dubbel gedopt worden: het boontje wordt van zijn buitenste grijsgroene jasje gewipt. De laatste tuinbonen van het seizoen zijn ronduit melig en alleen geschikt om te drogen.

Ook voor erwtjes geldt dat ze jong en niet al te groot het lekkerst zijn. En hoe verser geplukt, hoe zoeter de smaak want zodra erwtjes geplukt zijn, verandert de suiker in zetmeel. En, je raadt het al, ook smaken kapucijners jong het best.

Om de lekkerste verse peulvruchten te eten, moet je het seizoen dus goed in de gaten houden. Vraag je groenteboer je te waarschuwen wanneer er voor het eerst geoogst wordt. Dan kun je het hele seizoen door verse peulvruchten eten, in al hun gedaantes met ieder hun eigen unieke smaak, consistentie en structuur. Tot en met de laatste dikke, vette, melige tuinboon, erwt en kapucijner aan toe.



Koken met verse peulvruchten


Verse peulvruchten zijn een feestje op je bord.

Ze hebben niet zoveel nodig en doen het goed in gezelschap van ander jong grut uit het voorjaar zoals worteltjes, ui, prei, meiraapjes en nieuwe aardappeltjes. De kunst is er niet te veel mee te willen en ze kort te garen. Met hele jonge peulvruchten kan dat in een klein laagje water, boter of olie met zout, verse kruiden als bonenkruid, peterselie of munt. In een paar minuten is het gebeurt. Oudere peulvruchten smaken beter als je ze eventjes laat stoven of meekookt in een gerecht.

Voor hen die een hekel hebben aan het doppen van peulvruchten is er een hele simpele oplossing: kook kapucijners en doperwten gewoon in de peul. Die peul werkt als een stoompan waardoor de peulvruchten als het ware gaar stomen. Je kunt ze zelfs in de schil serveren en gewoon uit het vuistje eten, met peul en al. Het groen van hele jonge peulen is namelijk zo zacht en smakelijk dat het eigenlijk zonde is om ze weg te gooien. Je kunt van gare lege peulen van doperwten, tuinbonen en kapucijners trouwens ook eenvoudig soep maken door te vermalen met een passe tout. Je moet er wel wat smaakmakers aan toevoegen natuurlijk, maar dat spreekt voor zich. Het moge duidelijk zijn dat het dubbeldoppen van tuinbonen een vervelend klusje is. Toch hebben velen het ervoor over omdat de bitterheid van het velletje hen tegenstaat en ze het zachte zoete boontje dat te voorschijn komt 'sec' meer waarderen. De keuze is aan jou.

Tot slot, reserveer in de maanden mei en juni een deel van je budget voor verse peulvruchten en koester het moment dat je ze kunt eten. Ze zijn hun geld meer dan waard, deze handgeplukte vezelbommetjes vol mineralen en vitamines. Ze bevatten omdat ze vers zijn zelfs vitamine C. Bovendien zijn ze door een hoog eiwit gehalte uitstekende vleesvervangers. En het zijn goede groenbemesters met prachtige bloemen. Maar meer dan dit alles nog: ze zijn heerlijk! Wat wil je nou nog meer van een groente?



Recepten met peulen:



copyright sal-t.nl